Organisaties zien de noodzaak in van beleid voor oudere werknemers, maar blijven denken dat investeringen in deze werknemers zich niet meer terugverdienen.
Dat betoogde arbeidspsychologe Beatrice van der Heijden in haar inaugurele rede als hoogleraar Business Administration aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze meent dat leeftijdsstereotypering fnuikend is en dat het voorkomen daarvan in de huidige tijd een zeer belangrijk aandachtspunt moet zijn in het personeelsbeleid. Maar het huidige beleid komt voort uit fatalisme: ‘We moeten ze aan de slag houden'. Terwijl het zou moeten zijn: ‘We hebben hun wijsheid en expertise nodig'.
Liever jonge werknemers
Uit een recent onderzoek is volgens de hoogleraar gebleken dat leidinggevenden een grote voorkeur hebben voor jonge werknemers (liefst onder de 35 jaar) en dat dit effect toeneemt naarmate de leidinggevende jonger is. Daardoor ontstaat een zelfbevestigende profetie: de oudere werknemer die het toch niet goed kan doen, doet steeds minder. En dat kan nog wel twintig jaar duren.
Van der Heijden pleit voor een persoonlijk deeltijdpensioen, waarin een oudere werknemer steeds meer mentor van de jongeren wordt. Ook dienen werkgevers veel meer rekening te houden met de belastbaarheid van ouderen: weliswaar hebben ze geen kleine kinderen meer, maar wel vaak ouders of een partner die zorg nodig heeft.
(Bron: Arbo-online.nl)
Meer lezen op www.ouderenbeleid.com en www.senior-power.nl.



