Nu er steeds meer in (zelfsturende) teams wordt samengewerkt, rijst opnieuw de vraag naar het belang en de functie van leiderschap. Leiderschap is een groepsproces, zo blijkt uit recent promotie-onderzoek.
Organisatieadviseur Belia van den Berg promoveerde onlangs op een onderzoek naar leiderschap in teams. Leiderschap is een groepsproces, zo blijkt uit het onderzoek. Teams die echt iets tot stand willen brengen, kunnen eigenlijk niet zonder een leider, maar liever nog méér mensen met leiderschapskwaliteiten. In het geval van zogeheten éénleiderschap wordt over het algemeen te weinig betrokkenheid van de rest van de teamleden gevraagd: de volgers voelen zich niet verantwoordelijk omdat de leider dicteert wat er gebeuren moet. Participatief leiderschap stimuleert juist een actieve houding en gelijkwaardige inbreng van alle teamleden. Iedereen kan zijn specifieke kennis, sterke punten en persoonlijke eigenschappen inbrengen om de teamprestatie te verbeteren.
Het grote voordeel ten opzichte van zelfsturende teams is dat participatief leiderschap vaste taken en verantwoordelijkheden toekent aan de teamleden en dus beter gebruik maakt van de aanwezige expertise. Deze vorm van leiderschap is dus bijna altijd te prefereren, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- de (formele) teamleider is in staat ruimte en vertrouwen te geven aan mensen met diverse ‘portefeuilles' binnen het team;
- hij of zij houdt voldoende toezicht op de kwaliteit van de ontwikkeling van ieders portefeuille;
- zowel de teamleider als de teamleden nemen verantwoordelijkheid voor hun eigen aandeel bij de uitvoering van de teamtaak en de communicatie in het team.
(Bron: Management trends)



