Werkgevers hebben hun oudere werknemers straks steeds harder nodig. TNO bracht een aantal principes in kaart die daaraan bijdragen: Leven-lang leren.
Door ontgroening en vergrijzing zullen werkgevers in de toekomst steeds meer afhankelijk zijn van de inzet van hun oudere personeel in het arbeidsproces. Op zich is dat laatste geen probleem als dit oudere personeel voldoende gemotiveerd en productief blijft. TNO bracht, op basis van Leven-lang Leren, de principes in kaart waarmee deze doelstelling kan worden gerealiseerd.
TNO voerde een studie uit naar de aard, omvang en oorzaken van de huidige lage participatiegraad van ouderen (45-plussers) in het arbeidsproces. De oorzaken zijn zowel te vinden op het niveau van de maatschappij, de organisatie als van het individu. Op basis hiervan wordt aangegeven hoe oudere werknemers kunnen worden gestimuleerd en gemotiveerd tot leren en welke factoren hierbij een rol spelen. Dit vereist een transparante bedrijfspolicy die gericht is op voortdurende ontwikkeling van werk-gerelateerde competenties. Dit samen met het bieden van technologische en sociale ondersteuning op het gebied van leren en werken zal naar verwachting het aandeel van gemotiveerde en productieve oudere werknemers aanzienlijk vergroten.
Leven-lang leren aanpak
TNO inventariseerde op basis van de literatuur de belangrijkste wetenschappelijke bevindingen. Vervolgens geeft het aan hoe organisaties ervoor kunnen zorgen dat oudere werknemers, op basis van een levenlang leren aanpak, zoveel mogelijk actief en productief kunnen blijven. De gewenste benadering richt zich op ondersteuning vanuit de organisatie, didactiek en technologie (zie schema onder Downloads). Enkele praktische adviezen:
· toekomstige probleemgevallen vroegtijdig identificeren en aanpakken;
· geef ouderen meer regelruimte;
· tijdsdruk, multi-tasking en competitie (met jongeren) vermijden;
· meer autonomie en zelfsturing;
· al te grote sprongen en veranderingen vermijden door voortdurend bijleren;
· bijleren moet direct praktisch nut hebben voor het werk (integratie leren-werken);
· leren door te doen, concrete feedback en geen 'stampwerk'
Ondersteuning
Bij de introductie van levenlang leren gaan motivationele en sociaal-emotionele ondersteuning vooraf aan cognitieve support. Dit betekent dat werknemers meer verantwoordelijkheid durven nemen voor hun eigen ontwikkeling en loopbaan. Ze moeten weer willen leren en zichzelf blootstellen aan nieuwe ervaringen en bijscholing. Dit vereist tevens een didactische aanpak gericht op bv. tijdige screening, concrete feedback, flexibiliteit, zelfreflectie, vertrouwen in eigen kunnen, het kunnen combineren van werken en leren, samenwerking en onderhoud van het sociale relatienetwerk. Tot slot gaat het om het altijd-overal beschikbaar maken van (leer)content en gebruik maken van ondersteunende technologie (bv virtuele coaching) om hiervan effectief gebruik te maken. Met als resultaat: toenemende inzetbaarheid en toenemende motivatie om te presteren en nieuwe kwalificaties te winnen, toegenomen organisatieflexibiliteit, minder verloop en ziekteverzuim en behoud van sleutelfiguren in de organisatie.
Download hier het TNO-rapport Learning for life



