Bedrijven die investeren in flexibel organiseren, dynamisch managen en slimmer werken, groeien beduidend sneller in omzet en productiviteit dan hun concurrenten. Dat blijkt uit de Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2009.
Op 6 oktober presenteerde onderzoekscentrum INSCOPE, verbonden aan de Erasmus Universiteit, in opdracht van het NCSI (Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie) de resultaten van de Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2009. De monitor meet het innovatievermogen van 10.000 Nederlandse bedrijven.
De onderzoekers, de hoogleraren Henk Volberda en Frans van den Bosch en dr. Justin Jansen van de vakgroep Strategie & Omgeving, noemen de resultaten 'opvallend'. Al een aantal jaren bewijzen zij met onderzoek dat sociale innovatie loont, maar in tijden van crisis wordt het nog eens extra duidelijk.
De investeringen in sociale innovatie nemen toe: ondanks de crisis hebben bedrijven gemiddeld het afgelopen jaar 5,1% meer sociale innovaties gerealiseerd. En dat wil zeggen innovaties in flexibel organiseren, dynamisch managen, slimmer werken en co-creatie. Dat lijkt mooi, maar er is nog veel verbetering mogelijk. Slechts 15% van het Nederlandse bedrijfsleven scoort 'goed' op het gebied van sociale innovatie, zo blijkt. "We kunnen een geweldige productiviteitsverbetering realiseren door meer aandacht te besteden aan de sociale innovatie prestaties van de 85% achterblijvers", zo stelt dr. Justin Jansen.
Waarmee scoren de sociaal innovatieve bedrijven in tijden van crisis? Zij behalen een productiviteitsverbetering van 22%. Deze koplopers kennen een 15% hogere omzetgroei, 37% meer innovatie en een verhoging in de productiviteit van 22%. En, sociale innovatie werkt als een hefboom. Door te investeren in vernieuwend leiderschap, platte organisatievormen, slimmer werken en co-creatie weten bedrijven hun rendement op investeringen in technologie (R&D) met een factor 4 te vergroten.
Co-creatie en slimmer werken blijkt de sleutel voor de succesvolle vernieuwers. Ze werken samen met leveranciers, klanten en kennisinstellingen en investeren in de talenten van medewerkers. Sociaal innovatieve bedrijven zijn ook minder negatief over de gevolgen van de economische crisis en ze blijven meer investeren in R&D en menselijk kapitaal.
Het crisisrecept voor succes verschilt voor koplopers en achterblijvers. Bij achterblijvers vereist sociale innovatie meer van het management in termen van visie, draagvlak en ondersteuning van initiatieven op de werkvloer. Voor koplopers spelen juist arbeidsfactoren zoals autonomie voor medewerkers, taakverbreding en slimmer werken een grotere rol. Wie nog niet op voorsprong ligt, doet er dus beter aan om vanuit het management een heldere visie neer te leggen, nieuwe kansen op te sporen en mensen te ondersteunen bij nieuwe initiatieven. De koplopers hebben dit al op orde, zo blijkt. Zij halen het meeste rendement uit een hechte externe samenwerking en het stimuleren van meer autonomie bij medewerkers.
Blijf innoveren
De huidige economische neergang blijkt vooral de (chemische) industrie, de financiële dienstverlening en de energiesector te treffen. De grote vraaguitval daar heeft niet alleen gevolgen voor de resultaten op de korte termijn, maar ook op de investeringen die deze sectoren zullen doen op de langere termijn. "We moeten waken voor een situatie waarin de nadruk komt te liggen op kostenverlaging en efficiencyvergroting," zo stelt dr. Justin Jansen. Dit helpt vandaag en morgen, maar overmorgen is het ondermijnend voor het innovatievermogen. Bedrijven die goed scoren op sociale innovatie blijken, volgens professor Henk Volberda, "beter voorbereid te zijn op de toekomst en minder negatief te zijn dan organisaties die minder scoren op flexibele organiseren, dynamisch managen en slimmer werken". Blijf innoveren is dus het adagium in een crisis.
(Bron: NCSI)



